Motacilla Rubecula, plaat 48 boek I. Sepp en Nozeman 1770.
Dit is het Roodborstje
De Nederlandsche vogelen was het eerste oorspronkelijk Nederlandse boek dat helemaal gewijd was aan vogels. Het stond bekend als het duurste Nederlandse boek van die tijd en was het werk van J.C Sepp en zonen. Zij gaven ook Flora Batava en De wonderen van Gods minst geachte schepselen uit. Later nam Martinus Houttuyn het over. Verder was er een leger aan tekenaars, graveurs en inkleurders.
De Nederlandsche vogelen was een peperduur project. Alle vogels werden volgens de titelpagina naer 't leeven geheel nieuw en naeuwkeurig getekend, in 't koper gebragt, en natuurlyk gekoleurd. Naer 't leeven betekent niet dat de vogels nog leefden toen ze getekend werden, maar dat er speciaal voor deze uitgave nieuwe tekeningen werden gemaakt van opgezette of speciaal voor dit doel gedode vogels. In 't koper gebragt betekent gegraveerd, gekoleurd staat voor ingekleurd.
Het streven was de vogels zoveel mogelijk op ware grootte af te beelden. Daardoor kreeg het boek zijn grote formaat van 56 × 39,5 cm. Iedere tekening werd gegraveerd en vervolgens moesten alle prenten afzonderlijk met de hand worden ingekleurd door specialisten. Dat maakte de productie zeer duur.
Sommige dieren werden geleend van rijke verzamelaars uit Amsterdam, Rotterdam en Haarlem. Ze kregen daarvoor een eervolle vermelding onder de prent. Het boek verscheen in afleveringen. Na iedere vijftig platen werd een titelpagina gedrukt en een lijst met behandelde vogels. Die konden dan ingebonden worden. Uiteindelijk kwam na 59 jaar het werk te bestaan uit 5 delen. Elk deel bevatte 50 met de hand gekleurde kopergravures met bijbehorende tekst.